De (groot)ouders als spiegel

Het contact tussen je ouders en je kinderen als spiegel

 

Het contact tussen je ouders en je kinderen verloopt soms heel fijn, het kan hartverwarmend zijn om te zien hoe gek je kinderen zijn op hun opa en oma en te merken hoe liefdevol je ouders met hun kleinkinderen omgaan. Toch vinden sommige ouders het contact ook wel eens minder prettig.

Veel ouders hebben moeite met de manier waarop hun ouders met de kinderen omgaan. Vooral wanneer er intensief contact is tussen je kinderen en hun grootouders, bijvoorbeeld wanneer de grootouders (een deel) van de opvang op zich nemen, kunnen er best eens strubbelingen over de omgang met de kleinkinderen ontstaan. “Toen ik vroeger klein was mocht ik bijna nooit wat lekkers en nu geeft ze mijn kind zoveel te snoepen!” is bijvoorbeeld een veelvoorkomende uitspraak.

Rondom opvoedkundige zaken is het belangrijk een balans te vinden tussen het aangeven van je eigen waarden dan wel grenzen en een toch ook een soepele houding vanuit acceptatie te hebben en je te realiseren dat kinderen juist ook leren van verschillen. Het welzijn van het kind dient daarbij altijd als uitgangspunt te dienen. Weeg af of het punt van verschil werkelijk van belang is voor het welzijn van het kind of niet. Een snoepje extra is wellicht geen probleem, maar zorgen de suikers voor hyperactiviteit dan is het wel belangrijk om een betere afstemming te bereiken. Komt je kind vol verhalen terug wat het allemaal heeft gedaan, geniet daar dan gewoon van. Is het kind echter totaal overprikkeld dan dien je het kind te beschermen en een betere afstemming te bereiken waarbij de behoeften van het kind beter worden gewaarborgd.

Het contact tussen jouw kinderen en jouw ouders kan ook een prachtige manier zijn om met het bewustzijn van het nu een kijkje in het verleden te nemen. Hoe er met jou werd omgegaan door jouw ouders wordt op verschillende punten gespiegeld in de omgang met jouw kinderen. Dit kan rechtstreeks zijn, bijvoorbeeld jouw moeder die niet werkelijk luistert naar wat de kinderen zeggen en willen of doordat jouw vader één van jouw kinderen voortrekt boven de anderen. Ook kan het precies omgekeerd zijn, doordat je bijvoorbeeld ziet dat jouw ouders het de kinderen helemaal naar de zin proberen te maken, terwijl jij vroeger het gevoel had dat jouw behoeften er helemaal niet toe deden. In deze laatste situatie kan het trouwens helend werken om te beseffen dat het vernieuwde gedrag soms is ontstaan uit vernieuwde inzichten van je ouders, door een groei in bewustzijn zouden ze het nu anders hebben gedaan dan dat zij vroeger hebben gedaan. Nu zij het ‘over kunnen doen’ maken zij andere keuzes.

In beide situaties (dus zowel rechtstreeks als bij een omkering) kan je door te kijken welk gedrag jouw raakt, wat weerstand, strijd of onmacht bij jou oproept, wat leren over hoe er vroeger met jou is omgegaan. En met behulp van deze spiegel kan je onderzoeken welk gedrag jij hebt ontwikkeld om hier mee om te gaan. Dus wanneer je je bewust wordt van dit gedrag kan je kijken wat voor patronen je als reactie hierop hebt ontwikkeld die jou belemmeren in het leven.

Realiseer je bij dit onderzoeken dat het best kan zijn dat je het in eerste instantie niet herkend van vroeger of dat je je geen situaties kan herinneren waarbij je dit gedrag (of een bepaald symbolisch element hieruit) van jouw ouder(s) zag. Als kind ben je geheel afhankelijk van je ouders, dit maakt dat je als jong kind je ouders op een voetstuk plaats en geen vraagtekens zet bij het gedrag van jouw ouders. Het kan dan helpen om het samen met iemand die dichtbij jou staat te onderzoeken om zo onbewuste patronen helder te krijgen. Bedenk bijvoorbeeld samen eens wat voor overtuigingen en patronen iemand zou kunnen ontwikkelen als reactie op dit gedrag, wanneer de overtuigingen en belemmerende patronen die in jouw systeem zitten naar voren komen zal je dat voelen in je lichaam.

Het is niet de bedoeling dat jij je ouders gaat veranderen. Juist vanuit volledige acceptatie van je ouders kan je verder groeien en belemmerende patronen los gaan laten. Jij bent het kind van je ouders en je bestaat voor 50% uit je vader en 50% uit je moeder. Een ouder niet accepteren betekent dus eigenlijk jezelf deels niet accepteren. Vanuit deze acceptatie kan jij de verantwoordelijkheid makkelijker nemen over jouw eigen innerlijke houding. Je komt dichter bij jezelf en leert beter waar te nemen wat van jezelf is en wat van de ander. Hierdoor wordt het mogelijk uit belemmerende patronen te stappen die je hebt aangeleerd als reactie op het gedrag van jou ouders (op de patronen die zij hebben ontwikkeld als reactie op het gedrag van hun ouders). Het is soms lastig voor je ouders dat jij niet meer vanuit de jou aangeleerde manier reageert, beter leert je eigen grenzen aan te geven en de ander soms teleur moet stellen, maar onthoud echter dat jij niet verantwoordelijk bent voor hun geluk.

Je ontvangt al het positieve, maar ook al het negatieve van jouw ouders. Het is echter aan jou om verantwoordelijkheid te nemen over wat jij je kinderen mee wil geven. Alles wat jij kan helen, geef je niet door aan je kinderen. Het is dus een prachtige kans om het contact tussen grootouders en kleinkinderen te gebruiken voor jouw innerlijke groei en zo te zorgen dat jouw kinderen VRIJ van belemmerende patronen kunnen OPGROEIEN!

 

In gesprek met een spelletje

Een goed gesprek hebben met het hele gezin kan soms wel eens een opgave zijn. De kinderen praten door elkaar, iedereen wil het over wat anders hebben en er wordt maar weinig naar elkaar geluisterd. Een gespreksspelletje kan dan goed van pas komen, terwijl de vragen van het spel jullie …

Boeken over emoties

Samen lezen verbindt, het is een moment om lekker rustig samen te zijn, om lekker te knuffelen en de verhalen kunnen aanleiding geven tot mooie gesprekken. Boeken kunnen een kind ook echt verder helpen in zijn of haar sociale en emotionele ontwikkeling, daarom vind ik het heel waardevol om samen …

Tijd voor jezelf als ouder

Vrije tijd, het verschilt per ouder hoeveel we er van hebben. De ene ouder werkt fulltime en de andere blijft thuis voor de kinderen, de andere ouder heeft weer veel hulp in de huishouding (door een goede verdeling van de taken met partner en/of kinderen, een schoonmaakster of bijv. een …

Kamperen met een baby

We hebben net een nieuwe (tweedehands) vouwwagen van marktplaats gehaald en na deze een dagje te hebben uitgetest op de dagcamping op de Holterberg (daar lees je hier meer over) wilden wij natuurlijk ook even testen of zo’n vouwwagen lekker slaapt. Voorgaande jaren gingen we altijd met onze grote 6-persoons tunneltent op vakantie, dus we zijn het kamperen gewend. Maar dit keer was het voor het eerst met een baby!

 

 

Toen de andere kinderen nog maar een paar maand oud waren durfden wij het kamperen nog niet aan. We kozen toen veilig voor een vakantiehuisje om er even tussenuit te gaan. Toen ons derde kindje Quinten net iets meer dan een jaar was zijn we weer voor het eerst wezen kamperen. Ik weet nog goed dat we in Frankrijk het speentje van Quinten kwijt waren. Hij heeft de hele nacht gehuild. Onze campingburen waren de volgende ochtend op zijn zachts gezegd niet blij en zochten dan ook een ander kampeerplekje. De speen vonden we trouwens pas vorig jaar weer terug in de tent! Terwijl we de tent in de tussenliggende jaren gewoon hebben gebruikt. Mysterieus. 

 

Onze jongste zoon Tyge is nu bijna 5 maand. Het is weer stralend weer en dat wakkert ons verlangen aan om lekker veel buiten te zijn. Een vakantiehuisje geeft ons niet dat echte buitengevoel en vinden wij daarom bij lange na niet zo leuk als kamperen, bovendien is het ook best prijzig. Dus besloten wij het er gewoon op te wagen en te gaan kamperen met onze vier kids! Best spannend, kamperen met een baby. Natuurlijk hebben we ons wel even afgevraagd of dat wel goed zou gaan,  is het niet te koud en zou hij wel makkelijk gaan slapen in een vreemd bed? In onze zoektocht naar een camping kwamen we de pas geopende camping Lolotte tegen die ons erg aansprak. Lekker in het groen, leuke activiteiten gericht op natuurbeleving en een zwembad voor onze waterratjes. Bovendien ligt deze camping op slechts een half uur rijden vanaf ons huis. Mocht het overnachten in de vouwwagen niet gaan met onze kleine, dan kon ik altijd nog naar huis rijden. De camping was geboekt! 

 

 

Inmiddels is onze vakantie helaas alweer voorbij en kunnen we terug kijken op een zeer geslaagde vakantie! Wat hebben we genoten! De camping was super leuk, de vouwwagen beviel ons prima en kamperen met een baby ging juist hartstikke goed! In een vouwwagen heb je twee tweepersoonsbedden (en twee ondertentjes). Ik sliep samen met Tyge in een bed, net als we thuis doen. Hiervoor had ik mijn eigen deken meegenomen, want slapen met een slaapzak of dekbed is met baby erbij gevaarlijk. Ik had voor de zekerheid ook een slaapzakje voor Tyge meegenomen voor de koude nachten. Officieel wordt dat afgeraden, maar in de nacht dat ik zelf met twee pyjamabroeken, drie shirts en sokken in de tent lag te bibberen, leek het mij voor Tyge geen overbodige luxe om toch even dat slaapzakje aan te trekken. De andere nachten viel het gelukkig mee met de kou. Bovendien moet ik ook zeggen dat de rest van de familie niet veel van de kou heeft gemerkt.

 

 

Overdag sliep Tyge in de draagdoek of in de kinderwagen. Deze had ik voor de zekerheid wel meegenomen, aangezien het op warme dagen best benauwd kan worden in de tent. Zo kon Tyge lekker buiten in de schaduw slapen in de kinderwagen (op momenten dat ik hem niet in de draagdoek had, want daar slaapt hij het liefst in). Verder hadden we een speelkleedje mee en Tyge zijn wippertje waar hij graag af en toe in zit. Tyge is echt een buitenbaby, hij kijkt graag naar het licht dat door de bomen valt en naar het wuiven van de planten. Wanneer Tyge thuis ontevreden is ga ik ook vaak even de tuin in, dan is hij direct weer tevreden. Ook vogeltjes, vlindertjes en andere diertjes begint hij steeds interessanter te vinden en ook het gras vond hij leuk om te ontdekken!

 

 

Tyge was dus super tevreden en de andere drie kids hebben zich ook uitstekend vermaakt. Ze hebben heerlijk buiten gespeeld, de camping organiseerde verschillende leuke activiteiten, zoals bootjes bouwen, met de boswachter op zoek naar kleine kriebelbeestjes, een speurtocht over de camping, zelf vuur maken en alle kinderen gingen met tractor en kar naar het Needse bos om lekker buiten te ravotten! Ik neem altijd leuke spelletjes en knutselactiviteiten mee op vakantie, zodat we samen met de kinderen lekker kunnen spelen en mooie dingen kunnen maken. Echter heb ik dit onaangeraakt weer mee terug genomen, want de kids waren van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat heerlijk aan het spelen! Zelf heb ik wel lekker kunnen freubelen, wandelen en kunnen lezen! Ook wel eens lekker!

 

 

Het is jammer dat zo’n week zo snel gaat! Heerlijk om zo de hele dag buiten te zijn en ons zo goed te vermaken! Ik had nog wel een hele tijd op deze mooie camping willen blijven! Op naar de zomervakantie, dan gaan we kamperen met een baby die misschien al wel kan kruipen!

 

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen, heb jij wel eens gekampeerd met een baby? En hoe ging dat? Ook tips voor leuke natuurlijke campings zijn meer dan welkom! Reageer gerust met een berichtje hieronder!

 

 

Een voorbeeld-ouder

Een mooie manier om te groeien in het (zelf)bewust ouderschap is door het kijken naar en in contact komen met andere ouders. Er is vast een ouder die je kent die een voorbeeld voor je is en die jou inspireert. Bijvoorbeeld die vader die altijd zo vrolijk en met humor met zijn kinderen omgaat, die moeder die zo liefdevol, rustig en duidelijk is in lastige situaties of die ouders die echt samen stappen buiten de gebaande paden durven te zetten en hun hart durven te volgen. Naast dat je op lastige momenten zou kunnen bedenken wat jouw voorbeeld-ouder nu zou hebben gedaan, is het goed om eens na te gaan wat je precies zo bewondert aan deze ouder, op welke momenten je deze vaardigheden ook wilt gaan inzetten of deze eigenschap ook meer zou willen hebben en wat je nodig hebt om jezelf dit eigen te maken.

 

Het is goed om eens in gesprek te gaan met deze ouder(s), dit is voor jullie beiden leerzaam. Want natuurlijk is ook die andere ouder niet perfect. Het uitspreken van de bewondering doet de andere ouder groeien en jij kan tips en hulp krijgen om jezelf verder te ontwikkelen. Daarnaast biedt openheid over de lastige punten van het ouderschap voor jullie beiden een kans om samen te groeien in het ouderschap en elkaar hierbij te ondersteunen.

 

Laten we er (g)één wedstrijd van maken

Wie heeft het mooiste geknutseld en wie heeft de mooiste hoed op? Wie is het snelst en wie het best? Wie is er het mooist verkleed en wie maakt de mooiste carnavalswagen? Wie vindt het gouden ei? En wie het mooist danst mag…..

 

Regelmatig wordt bij activiteiten voor kinderen een wedstrijdelement ingevoegd, vaak om kinderen te motiveren en enthousiasmeren. Dit wedstrijdelement zit in vele sportactiviteiten en gezelschapsspelletjes, maar is ook vaak terug te vinden bij spelletjes op kinderfeestjes, bij activiteiten op school en zelfs in de les zijn er elementen van competitie terug te vinden, bijvoorbeeld in opmerkingen als “Wie het eerst klaar is mag het bord uitvegen” of doordat er bijvoorbeeld groot op het bord staat geschreven wie de tafels al beheerst of wie zijn veters al kan strikken (en dan is dus ook heel duidelijk wie nog niet). Wat zijn de effecten van inzetten van competitie op kinderen en heeft het ook ongewenste effecten?

Een wedstrijdje kan heel leuk en spannend zijn, bijvoorbeeld het meedoen aan een klassenstrijd waarbij de ene klas tegen de andere strijd, dit kan de samenwerking en saamhorigheid in de klas versterken. Neveneffect is wel dat de klas zich kan distantiëren van de andere klas en dat er leerlingen in de klas kunnen zijn die zelf ervaren dat zij slechter zijn dan de klasgenoten of juist door klasgenoten als ‘een blok aan het been’ worden ervaren. Het meedoen aan een sportwedstrijd bij de sportclub kan ook een mooie ervaring zijn voor kinderen, mits ze op groei gerichte wijze worden gestimuleerd (dus op inzet, in plaats van op resultaat). Ook het doen van gezelschapsspelletjes is zeer leerzaam voor kinderen, naast het samen hebben van plezier,  leren ze zich houden aan regels, ontwikkelen ze inzichtelijke en tactische vaardigheden en leren ze omgaan met winnen en verliezen.

Echter door veelvuldig en op een verkeerde manier een competitie te organiseren creëer je een competitieve sfeer tussen de kinderen. Zeker als het draait om het verwerven van een (im)materiële beloning. Bij een competitie ligt vaak de nadruk op winnen en verliezen. De winnaar, die is het best, de verliezer is het slechts. De winnaar wordt beloond, de verliezer ervaart een vorm van straf, namelijk het niet krijgen van de beloning. Competitie is in feite een vorm van (geaccepteerde) agressie, want winnen gaat ten koste van je tegenstander. Om te winnen moet je zorgen dat je beter bent dan de ander. Hierdoor zijn kinderen minder loyaal naar elkaar en minder geneigd elkaar te helpen. Wanneer bijvoorbeeld degene die zijn sommen het snelst af heeft het bord uit mag vegen, zullen kinderen gefocust zijn op hun eigen werk en niet bereid zijn de ander te gaan helpen. Bovendien spreek je hierdoor alleen de betere leerlingen aan. Kinderen die nog niet zo goed zijn in rekenen raken hierdoor teleurgesteld en ontmoedigd. Het is een bevestiging dat ze niet zo goed zijn als sommige andere kinderen.

Ook is de kans groot dat het kind door het gebruik van competitie niet kijkt naar zijn inzet, wat hij heeft gedaan, wat hij er van vond en waar zijn groeipunten liggen, maar naar het resultaat: ik heb niet gewonnen, ik ben hier niet goed genoeg in. Deze resultaatgerichte, extrinsieke motivatie vergroot het risico dat kinderen een statische mindset ontwikkelen. Kinderen met een statistische mindset zijn alleen gericht op het resultaat. In plaats van doen wat je zelf leuk vindt en daarom ergens in willen groeien en waarderen wat je doet ongeacht het resultaat, draait bij hun alles om de winst en het beter zijn dan anderen. Als je faalt, verliest en/of blijkt niet de beste te zijn is alle moeite tevergeefs geweest (Dweck, 2011).

Wie het mooist heeft geknutseld, getekend of is verkleed is smaakgerelateerd. De uitkomst van een competitie hierover zal afhangen van degene die de winnaar mag aanwijzen. Zaak om hier zeer zorgvuldig en terughoudend mee om te gaan, want hoe kan je bijvoorbeeld nou één kind aanwijzen die het mooist verkleed is? De een houdt van superhelden, de ander van prinsessen en weer een ander gaat liever als kabouter of clown. Naast dat de ene ouder meer geld en energie er aan besteedt dan de andere ouder, kan je je ten zeerste afvragen of er één bepaalde smaak beter is dan alle andere. We leren kinderen op deze manier dat ze zich moeten conformeren aan de smaak, de voorkeur, het ideaalbeeld van anderen en nemen hen hun eigenheid af. In plaats van dat ze steeds beter weten wat ze zelf mooi vinden, worden ze steeds gerichter op het oordeel van anderen en durven steeds lastiger op hun eigen mening te vertrouwen. Het resultaat van wedstrijdjes rond smaakgerelateerde onderwerpen is dan ook vaak onzekerheid en een verminderd zelfvertrouwen.

Kinderen hebben geen competitie nodig. Juist door samenwerking leert een kind hoe hij voor zichzelf kan opkomen en hoe hij zijn doelen kan bereiken. Ook gaan kinderen die opgroeien in een coöperatieve omgeving met veel meer respect voor anderen om en hebben zij meer zelfvertrouwen. Competitie kan daarnaast ook nogal eens leiden tot lichamelijke klachten, als hoofdpijn, rugpijn en maagklachten en gevoelens van rivaliteit, gespannenheid, achterdocht en vijandigheid nemen toe (Faber & Mazlish, 2011).

Kortom, het verkeerd en veelvuldig inzetten van competitie, thuis maar zeker ook op school, maakt kinderen onzeker, ze gaan zich sterk vergelijken met anderen, het vergroot de rivaliteit en het maakt kinderen minder loyaal naar elkaar (als je een ander helpt dan loop je het risico dat de ander beter wordt dan jou), maakt kinderen gevoelig voor sociale druk, schaadt de eigenheid van het kind en kan leiden tot lichamelijke en psychische klachten. Natuurlijk kan je best eens een wedstrijdje organiseren, maar het is dan wel heel belangrijk dat kinderen er zelf voor kunnen kiezen of ze wel of niet meedoen. Veel competitieve activiteiten zijn ook gemakkelijk om te zetten naar coöperatieve of groeigerichte activiteiten. Wie vindt het gouden paasei kan dan bijvoorbeeld worden: “Lukt het jullie samen om alle verstopte eitjes te vinden? en Wie is het snelst wordt dan: “Lukt het jou om je persoonlijke record te verbeteren?”

 

Ik ben heel benieuwd hoe jij tegen dit onderwerp aankijkt, hoe jij hier mee om gaat en waar jij tegenaan loopt. Reageer gerust door hieronder een berichtje achter te laten of mail je reactie of vragen naar info@vrijopgroeien.nl

 

 

 

Voor dit artikel heb ik onder ander gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

Faber, A & Maslish, E. (2011) How2Talk2Kids, broers en zussen zonder rivaliteit. 

Dweck, C. (2017) Mindset, de weg naar een succesvol leven. Amsterdam: SWP

Mol, J. (2011) Opgroeien in vertrouwen. Amsterdam: SWP

 

 

 

Valentijnsspel

Het is Valentijnsdag! De dag van de liefde! Een mooi moment om niet alleen je partner te laten weten dat je van hem of haar houdt, maar ook je kinderen te laten voelen dat je van ze houdt! Hoe mooi is het om dat niet met een cadeautje te doen, …